Cor est Porta

Kronieken van het Licht 

Inhoudsopgave

I. Gedichten
De diepte van de schaduw...........................................................5
II. Observaties
De Kunst van het Kijken...........................................................29
III. Inzicht en Onderricht
Reflecties van de innerlijke dialoog.........................................63
IV. Dromen
Openbaringen in de nacht........................................................98
V. Ontmoetingen
Reisgenoten..............................................................................120
VI. De Drievoudige Manifestatie
Visioenen, Tekenen en Materialisaties...................................169

Wat snippets uit het boek

Het boek van Cor Est Porta is een reflectieve, poëtische en spiritueel rijke gids, waarin menselijke ervaring, observatie van de natuur, persoonlijke discipline en religieuze symboliek op subtiele wijze worden verweven. Het is geschikt voor lezers die zoeken naar innerlijk inzicht en contemplatieve literatuur.

Het Spiegelrijk der Dieren

De mens beweegt zich door de wereld met een spiegel in de ene hand en een vork in de andere. Hij bewondert het hart van het varken, bestudeert de kamers en ritmes en benoemt de kwetsbaarheid als iets bijna heiligs. Maar plaats datzelfde dier op het bord, en de heiligheid verdampt; de spiegel slaat stuk, en in de scherven zien wij enkel vlees, een beschikbaar object, een instrument van smaak. Het varken is dan ineens geen spiegel meer, geen medeschepsel, slechts een gemak.

We handelen op dezelfde manier met gedrag. Twee pinguïns bouwen een nest: lof, bewondering, triomf. Maar een dier huilt, rouwt, vreest of juicht, en wij wuiven het weg: instinct, reflex, automatisme. Ware emotie, zeggen wij, is iets dat enkel de mens bezit — alsof verdriet, angst en vreugde een patent op ons voorhoofd dragen, en dieren slechts lege acteurs zijn in een theater waar wij de regie voeren.

De mens is een roofdier, wordt ons verzekerd. Kijk naar de leeuw, zegt men. dat wij niet met blote handen achter een prooi aanrennen en een dier moeten koken voordat onze magen rauw vlees kunnen verteren wordt achteloos terzijde geschoven. Wij zijn kadavereters. Wij moeten het dier eten als de levenslijn allang verbroken is. Wij eten de dode lichamen op zoals palingen aan de lijken knibbelen. Van nature gaat het ons beter af een vrucht te plukken maar dat doet niet af aan het illusionaire denkbeeld dat wij sterke vlees verscheurende leeuwen zijn. 

De alfa man of vrouw ziet geen frugivoor in de spiegel, die ziet heuse slagtanden en manen van bravoure. Maar wij zijn geen roofdieren, wij zijn fijnproevers; onze selectiviteit een dekmantel voor onze wreedheid. Lijkenvreters op zijn best.....

De Dag van Schaduwsteek

Vijf voor Twaalf

De zon kroop net boven de dennenrand uit toen Schaduwsteek, een jonge maar uitzonderlijk alerte werksterwesp, zijn vleugels spreidde. De ochtendlucht was fris en gevuld met de geur van hars en heidebloemen. Voor hem betekende dat maar één ding: patrouille. En patrouille was precies waar hij in uitblonk.

Schaduwsteek vloog uit het nest met de trefzekere beweging van iemand die zijn taak door en door kent. Hij kende elke boomstronk, elke open plek, elke plek waar voedsel te vinden was. Terwijl hij door de lucht scheerde, inspecteerde hij de omgeving op indringers en kansen. Zijn volk rekende op hem.

Hij voelde zich scherp, snel, gefocust. De wereld was groot, maar zijn rol was helder. En dat gaf hem kracht.

Met een succesvolle ronde achter de rug keerde hij terug. Rond de ingang hing een bedrijvige wolk van werksters die voedsel binnenbrachten en larven verzorgden. De koningin diep in het nest verspreidde haar geur van orde en stabiliteit. Schaduwsteek landde kort, wisselde informatie uit via trillingen en geur, en maakte zich alweer klaar voor de volgende ronde.

Binnen in het nest begonnen de wespen zich te organiseren. Wachtwespen namen positie in, terwijl anderen terugkeerden van hun rondes. Het leek bijna op een briefing zoals mensen die houden: ieder kwam terug met zijn eigen waarnemingen, zijn eigen stukje van het grotere geheel.

Wie had een indringer gezien? Waar was voedsel? Waar hing gevaar?

Het leek bijna op een menselijke briefing, maar dan in de taal van vleugels, geur en instinct. Iedereen wist wat hem te doen stond. Iedereen kende zijn rol.

Het was een perfecte dag. Totdat het dat niet meer was.

Aan het begin van de middag voelde Schaduwsteek iets veranderen. Een stilte, maar geen gewone. De lucht leek zwaarder, alsof er een storm op komst was. De geur van hars werd plotseling overschaduwd door iets scherps, iets dat niet thuishoorde in hun territorium.

Toen zag hij het. 

Een donkere vorm, veel groter dan een gewone wesp, hing roerloos in de lucht.

De Aziatische hoornaar.

Zijn ogen glansden koud, zijn kaken bewogen langzaam, alsof hij proefde aan de angst die nog moest komen.......

De Val van Schaduwsteeks Nest

Vijf over Twaalf.......

Voorwoord 

De mens leeft in een werkelijkheid die hij slechts gedeeltelijk kan waarnemen. Onze ogen registreren maar een smalle strook licht, ongeveer tussen 400 en 790 terahertz. Onze oren horen slechts een beperkt bereik van 20 hertz tot 20 kilohertz. Alles daarbuiten- infrarood, ultraviolet, infrasoon, ultrasoon, radiogolven, röntgenstraling - bestaat wel, maar blijft voor ons verborgen. 

Dieren nemen veel meer waar dan wij. Vogels zien ultraviolet licht. Duiven horen lage frequenties die stormen en aardbevingen aankondigen. Apen horen hoger dan mensen. Mantisgarnalen onderscheiden kleuren die wij niet eens kunnen voorstellen. Insecten verwerken beelden zo snel dat onze wereld voor hen vertraagd lijkt. Zelfs een kikker kan ultrasoon schreeuwen - een geluid dat voor ons volledig stil blijft. En zelfs de planten, die wij vaak als stil en passief beschouwen, blijken een verborgen stem te hebben. Wanneer ze uitdrogen of onder druk staan, zenden ze korte pulsen uit in een bereik dat ver boven onze gehoorgrens ligt - scherpe, haast wanhopige signalen die alleen met speciale instrumenten te vangen zijn. Onze waarneming is geen totaalbeeld, maar een biologisch begrensde selectie. Technologie kan die grenzen verruimen, maar nooit volledig opheffen....

De Dieren van de Grote Vlakte

Er was eens een uitgestrekte vlakte waar dieren leefden die allemaal hun eigen talent hadden.

De cheeta kon rennen als geen ander. Zijn snelheid was legendarisch, maar hij wist dat snelheid alleen niet genoeg was om te overleven.

De olifant kende elke waterbron, elke boom en elke veilige route. Zijn geheugen was zijn grootste kracht.

De mier was misschien klein, maar haar volk werkte samen als één lichaam. Geen taak was te groot als ze het samen deden. En de uil zag wat anderen misten. Hij dacht na voordat hij handelde en vond oplossingen die niemand anders zag.

Op een dag brak er een grote brand uit aan de rand van de vlakte. De dieren raakten in paniek. De cheeta rende vooruit, maar wist niet waarheen. De olifant was sterk, maar kon de brand niet alleen stoppen. De mier wist hoe je samenwerkt, maar niet hoe je vuur verslaat. De uil zag het gevaar, maar kon het niet alleen oplossen.

Omdat ze elkaars talenten kenden, besloten ze samen te werken.
De uil vloog hoog en zag een rivier die de brand kon stoppen.
De cheeta rende razendsnel om alle dieren te waarschuwen.......

Een boterham 

Ik had mijn kind net weggebracht naar het kinderdagverblijf en was onderweg naar mijn werk. In die periode werkte ik als juridisch secretaresse bij een advocatenkantoor. Na de relatiebreuk stond alles in het teken van overleven. Het huis stond te koop, ik probeerde met bijna niets een huurwoning in te richten, en alimentatie kwam er niet. Toeslagen waren ooit afgewezen toen we nog samenwoonden, dus in mijn hoofd bestonden die mogelijkheden eigenlijk niet meer. Voor mijn kind was er altijd eten. Voor mezelf was dat niet vanzelfsprekend. 

Die ochtend liep ik richting de metro. In mijn tas zat één snee brood. Meer niet. Ik was netjes gekleed, liep in een vlot tempo, en niemand die mij zag, zou vermoeden hoe weinig er achter die buitenkant zat. Van buiten leek alles stabiel. Van binnen was het rekenen, schikken, overbruggen. Bij de ingang van de metro zag ik hem staan. Hij sprak zacht, bijna mompelend, zonder iemand aan te kijken of zich op te dringen. Toch was zijn stem precies hoorbaar genoeg om op te vangen wat hij zei. Dat hij graag iets wilde eten. Dat hij honger had. Dat hij hoopte dat iemand misschien iets voor hem had. Ik liep naar hem toe om zeker te weten dat ik het goed had verstaan. Toen ik vroeg wat hij zei, keek hij me aan en herhaalde het eenvoudig: dat hij zo'n honger had, en of ik misschien een boterham had. Hij had er maar één nodig. 

In mijn hoofd ging er van alles tegelijk door me heen. Natuurlijk dacht ik even: dit is nu net die ene boterham die ik zelf nog heb. Maar tegelijkertijd wist ik ook dat dit precies was waar hij om vroeg. Niet meer. Niet minder. Ik haalde de snee brood uit mijn tas. Een droge boterham, zonder iets erop. Ik verontschuldigde me ervoor en zei dat ik verder geen geld had en hem niet anders kon helpen. Ik verontschuldigde me dat er geen beleg op zat. 

Hij nam hem aan en dankte me. Hij zei dat het niet uitmaakte dat er niets op zat. Later die ochtend zou een fastfoodrestaurant opengaan, vertelde hij, en daar kon hij er gratis suiker op doen. Ik stond daar, met mijn lege tas en mijn nette kleding, en dacht: Hoe is het mogelijk dat ik precies had wat hij vroeg. Het leek wel een test.