Meeloenen en kippenbotten

17-03-2026

Dit is mijn buurvrouw, ergens in de tachtig, en waarschijnlijk de laatste persoon in de straat die nog gelooft in het nut van opruimen. Terwijl de rest van de buurt zich specialiseert in het produceren van rotzooi, loopt zij met een vuilniszak achter hen aan in de strijd tegen de teloorgang van de civilisatie.

Waar anderen vanaf de vierde etage halve meloenen uit het raam gooien, kippenbotten naar beneden laten kletteren en de ratten een dagelijks buffet bezorgen, raapt zij het op. De dierenambulance kwam ooit nog eens langs om een kat te vangen die zich tegoed deed aan al dat afval, maar gaf het op: "Met deze constante toevoer van eten is het zinloos." Klachten indienen helpt evenmin; de bureaucratie is hier net zo passief als de bewoners.

En dan is er onder andere nog het gezin van zes — twee gezonde, volwassen ouders die geen dag werken, maar wel elke nacht overlast veroorzaken. Niet iets bijdragen, maar toekijken hoe een vrouw van tachtig hun rommel opruimt. Hun kinderen deden hun behoefte ooit gewoon op straat; gelukkig hebben ze inmiddels het toilet gevonden. In recente jaren is er een Oekraïens gezin komen wonen; de ouders waren de taal snel machtig en werken beiden.

Te midden van dit alles staat mijn buurvrouw. Buigend, rapend, sjouwend. Haar man is overigens decennialang brandweerman geweest. De broze botten van dit stel hebben gewerkt en de maatschappij gediend. Alleen zodat deze kon worden overgedragen aan mensen die altijd het luidruchtigst zijn — binnen én buiten de muren - en die op straat spugen en hun behoefte doen, maar wél op de eerste rij willen zitten. Op de eerste rij - dáár horen juist deze twee te zitten. Dat is de weg van rechtvaardigheid.

Share