Armoedig gedrag bij leidinggevende functies

12-06-2026

Leidinggeven begint niet bij organogrammen, vergaderstructuren of beleidsstukken, maar bij iets veel eenvoudigers: normaal menselijk gedrag. Toch zijn er leidinggevenden die zelfs dat minimale niveau niet halen. Ze ontwijken oogcontact, groeten selectief en bewegen zich door de werkvloer alsof elke vorm van sociale interactie een bedreiging vormt. Het resultaat is een vorm van armoedig gedrag die niets te maken heeft met professionaliteit, maar alles met onvolwassenheid.

Een leidinggevende die langs collega's sprint zonder een simpel "goed weekend" te kunnen uitbrengen, laat vooral zien dat hij zijn eigen rol niet begrijpt. Want leiderschap vraagt geen heldendaden — het vraagt aanwezigheid. Aandacht. Een basishouding van respect. Wie dat niet kan opbrengen, degradeert zichzelf tot een functionele titel zonder inhoud.

Het wrange is dat dit soort gedrag vaak selectief is: de ene collega krijgt een glimlach en een groet, de ander wordt straal genegeerd. Dat is geen persoonlijkheidstrek, dat is een keuze. En het zegt meer over de innerlijke leegte van de leidinggevende dan over degene die genegeerd wordt. Vermijdingsgedrag is geen strategie; het is een signaal van ongemak, onkunde of gebrek aan ruggengraat.

In organisaties waar professionaliteit hoog in het vaandel staat, hoort dit gedrag niet thuis. Een leidinggevende die zich gedraagt als iemand die bang is voor zijn eigen team, verliest vanzelf zijn gezag. 

Want uiteindelijk geldt één simpele waarheid: je herkent mensen aan hun gedrag, niet aan hun functie.

Share