Muzikale kant
Met een diepgewortelde liefde voor klassiek en opera ben ik er fier op dat ik in januari 2026 ben toegelaten als sopraan bij een kerkelijk koor. Het komende jaar staat volledig in het teken van vorming: ik ga aan de slag met zanglessen en het leren lezen van bladmuziek om mijn techniek te perfectioneren. Wat is er mooier dan tijdens bijzondere evenementen zoals Kerst en Pasen een prachtige ode aan God te mogen brengen, met het zingen van de klassieke Latijnse gezangen en de gregoriaanse liederen?
Ik merk dat mensen vaak aannames doen of me in een hokje proberen te plaatsen. Daarom vermeld ik het hier expliciet: mijn fundament is mijn geloof in Christus, maar dat laat zich niet vangen in institutionele muren of kerkelijke etiketten.
Voor mij is het geloof geen passief iets, maar een actieve beweging naar de medemens toe – juist naar degenen die door de maatschappij worden uitgekotst. Of het nu gaat om het vroegere corresponderen met gevangenen, het jarenlang beheren van de website voor een Zapatista-activist of het ondersteunen van daklozen en het langskomen bij ouderen van dagen om schoon te maken of boodschappen te halen: het komt voort uit dezelfde christelijke drive.
Ik geloof in het Lichaam van Christus als een eenheid die verder gaat dan gebruiken of dogma's. Ik kies ervoor om niet te kissebissen over verdeeldheid, maar te wandelen in liefde en rechtvaardigheid voor iedereen die een broeder of zuster is in de geest.
Ik geloof in de beginselen van de oude orde, die een bezielde eenheid vormde van monniken en soldaten, gekenmerkt door een grenzeloze offerbereidheid. Zij stonden niet veilig achter de schermen, maar midden in het strijdgewoel, midden in de samenleving, in de frontlinie van de christenheid: een ruige synthese van de onverschrokkenheid van een Franse legionair en de deemoedige ascese van een Dobri Dobrev. Het was geen louter ceremoniële huls, maar een orde die haar authentieke bezieling en geestdriftige vurigheid nog niet had verloren, vóórdat ook dáár de politiek haar sluipende tentakelen uitsloeg en het edele lichaam, eens gedragen door idealistische ridders, langzaam werd verstikt door de verhardende greep van wereldlijke machtstructuren.
Maart 2026. Eerste zangles gehad. Stemtype: hoge sopraan. Die ga ik later mooi kunnen gebruiken, woot woot
April 2026. Een buitengewoon optreden meegemaakt waardoor je automatisch naar meer gaat zoeken. Dat de dirigent, met zijn vlijmscherpe gehoor en de ziel van een poëet, ook nog eens een zwaargewicht blijkt te zijn, verklaart alles. En zijn vrouw, die met haar hese stem slechts fluisterde, lijkt een nachtegaal in haar keel te hebben verborgen die ontwaakt zodra zij haar lied inzet.
12‑04‑2026 — voor het eerst sinds mijn kinderjaren opnieuw de hostie ontvangen. In een ongelooflijk warm en hartelijk gezelschap dat voelde als een zacht mandje. En daar was het weer: dat oude, vertrouwde gevoel van dankbaarheid voor het geschenk van Christus, dat ik als kind al kende maar zo lang niet meer had ervaren.
Het geloof dat je overeind houdt en sterkt, het begin en het einde. Wanneer alle grond onder je voeten verdwijnt, dan nog ben je niet alleen.
De katholieke kerk draag ik een warm hart toe, omdat zij — meer dan andere kerken — de oude tradities bewaart die Christus ons heeft nagelaten: het breken van brood en het delen van de beker. Maar het rooms‑katholieke deel, de geschiedenis van macht en wereldlijke verbondenheid, kan mij minder bekoren. Dan denk ik aan Grgur Ninski, Galileo Galilei, Jeanne d'Arc — mensen die botsten met de Romeinse hiërarchie — en aan de eeuwenlange nabijheid van de kerk bij koningen en machthebbers, drinkend uit hun bekers. En ja, ook aan de middeleeuwen, waarin sommige priesters zich schuldig maakten aan misbruik van macht, en aan het verraad van de Tempeliers, waar kerkelijke en wereldlijke belangen elkaar vonden ten koste van rechtvaardigheid.
Maar juist omdat de geschiedenis zulke schaduwen kent, zie ik des te helderder wat wél waardevol is: de tradities, de rituelen en de samenhorigheid die mensen door eeuwen heen hebben gedragen en verbonden — de culturele kracht die kathedralen, gemeenschappen en beschavingen heeft voortgebracht.
Muzikale Sneeuwvlok
April 2026 - Vol verwachting zat ik in het kerkbankje, alsof mijn ziel al wist wat mijn oren nog moesten ontdekken. De dirigent had het beloofd: een streling voor het oor. En als iemand dat kon weten, was hij het. Dus wachtte ik, geduldig, maar met een hart dat zachtjes tegen mijn ribben tikte.
Toen begon het.
Na een orgelklank die als een gouden lint door de ruimte zweefde, verschenen er stemmen van achter in de kerk. Ze bewogen zich naar voren, richting het altaar, als lichtstralen die hun weg naar de dageraad zoeken.
Mijn God… stemmen van engelen. Had ik een troon gehad, ik had ze eromheen verzameld, de hele dag door. Mooier dan Aida, mooier dan Enya, mooier dan welke zangeres ik tot nu toe gehoord had.
Had ik op een stoel gezeten, ik was er bijna vanaf gegleden - zo overweldigend waren deze hemelse tonen.
Twee engelen, in menselijke gedaante, liepen naar voren en bleven daar staan. Zingend. Twee jonge vrouwen die hun stem hadden gegeven aan de Heer, alsof ze een offer van klank brachten. Wat een gift. Voor hen, voor God, voor mijn oren.
Mijn oren hebben veel schoonheid gekend: merels die op het hoogste punt van een boom hun ochtendlied zingen, precies op het moment dat de duisternis haar rokje optilt en het licht binnenlaat. Maar dit… dit deed me denken aan de eerste keer dat mijn ogen schoonheid proefden. Ik was vier, in Oostenrijk. Ik ving een sneeuwvlok - een perfecte, fonkelende ster die in het zonlicht danste. Ik bewonderde haar structuur, haar fragiele wonder. Zo bewonderde mijn oor nu deze stemmen. Elke keer dat hun mond openging, vloeiden er klanken uit die bijna niet van deze wereld leken. En toen de mannen zich erbij voegden… diepe, warme stemmen, alsof de aarde zelf meezong. De een na de ander bracht zijn gewicht in goud. Wat een samensmelting.
Een uur lang was ik alleen nog maar oor en oog. Een uur lang bestond er niets anders.
Waarom weet ik niet, maar ik moest denken aan mijn kindertijd, toen mijn opa stierf. Ik was drie, misschien vier. Hij lag binnen op zijn sterfbed, mijn vader gebroken. Kinderen hoorden daar niet te zijn, maar ik vond mijn eigen manier om afscheid te nemen. Ik danste buiten, in het maanlicht, waande mij een sierlijke ballerina. Ik stelde me voor dat er klassieke muziek speelde, en ik danste voor zijn ziel, die de trap naar de hemel opging, begeleid door engelen. Muziek is een sleutel. Ze opent deuren die ik vergeten was. Ze laat me dansen, zelfs als ik stilzit. En nu, jaren later, zijn mijn oren nog ontvankelijker. Alles kan mij raken - Liszt, Bach, Beethoven, Bizet, Mozart. Ik voel me thuis in hun werelden.
Na afloop klonk er applaus. Ook van mij. Ik wilde opstaan, mijn dankbaarheid laten klinken met mijn hele lichaam. Maar niemand stond op. Ik twijfelde. Was het gepast? Achteraf heb ik spijt. Spijt dat ik niet opstond. Spijt dat ik niets heb opgenomen. Deze groep verdiende meer dan een zittend applaus. Ik voel me klein, zelfs beschaamd. Maar bovenal voel ik dankbaarheid. Wat een eer dat ik erbij mocht zijn. Ik hoop snel weer. Kippenvel.
~
Op dat hoge muurtje waarvan ik me op latere leeftijd nog herinnerde dat het minstens tot mijn middel moest hebben gereikt, maar dat in werkelijkheid nu amper mijn knie bereikte, danste ik als kind heel vaak. Opa zat dan in zijn stoeltje en zei: "Señorita bella Pirdinija."
Naast deze herinneringen, die zomaar uit het niets opdoken vanuit de diepte van een muzikale zee, droomde ik een dag later over mijn oma van moederszijde. Ze was beeldschoon en jong. De intensiteit van de droom en de steeds duidelijker wordende details uit mijn jeugd deden mij bij het ontwaken beseffen dat muziek een poort lijkt te zijn naar heden en verleden, alsof haar vibraties deuren openen waar tijd geen betekenis heeft.
Zou het kunnen dat ik - die altijd heeft gebaald nooit wiskundig inzicht te hebben gehad en daardoor geen sleutel tot het universum te kunnen begrijpen, slechts te aanschouwen zoals de Fibonacci-reeks in de natuur - mijn weg naar diepere inzichten juist vind in de vibraties van de muziek? Zijn er misschien meerdere wegen naar Rome, en ligt voor mij het pad verscholen in klank en trilling?
