Do you feel lucky?

25-07-2026

We hadden er een lange rit op zitten. Ik houd van de nacht. Evenveel als van de dag, maar ook van het uur waarop de nacht langzaam plaatsmaakt voor de ochtend. Alsof je getuige bent van de geboorte van een nieuw etmaal, vol kansen, ontmoetingen, verrassingen en soms ook uitdagingen. Het is een voorrecht om dat schouwspel telkens opnieuw te mogen aanschouwen. Evenzeer beschouw ik het als een rijkdom om de seizoenen te beleven. Elk seizoen heeft zijn eigen schoonheid en ik geniet van allemaal.

Wij bevonden ons precies in dat overgangsuur waarin de dag voorzichtig de sluier van de nacht begint op te tillen. We reden door een bos. Aan weerszijden van de weg tekenden de bomen zich af als donkere schimmen tegen de langzaam lichter wordende hemel. Plotseling zag ik aan mijn kant van de weg, iets verderop, een gestalte uit het bos stappen. Het was een lange, fors gebouwde man met enorme handen die meer weg hadden van berenklauwen dan van mensenhanden.

Wat er daarna gebeurde, verbaast mij tot op de dag van vandaag. Terwijl we de man naderden, zette Marcus de auto stil en liet mijn raampje zakken. Ik wist niet wat ik zag. Hoe kon iemand zó onbekommerd omgaan met onze veiligheid? Binnen twee passen stond de man naast de auto en liet hij een van zijn grote, behaarde handen rusten op de bovenrand van de autodeur.

Hij vroeg de weg. Het gesprek stelde weinig voor en na een korte uitleg reden we weer verder. Op het eerste gezicht leek er niets aan de hand. Maar daar ging het helemaal niet om. Het ging om veiligheid. Zodra de auto weer reed en het raam gesloten was, legde ik Marcus geschrokken uit wat hij zojuist had gedaan.

Die man had mij zonder enige moeite bij mijn keel kunnen grijpen. Hij had een mes kunnen trekken. Stel dat hij met de ene hand mijn keel had vastgepakt en met de andere een wapen had getrokken. Er was niets geweest wat wij nog hadden kunnen doen. Soms zit het verschil tussen een gewone herinnering en een tragedie in één achteloze beslissing.

Marcus was weliswaar maar een paar jaartjes jonger dan ik, maar wanneer je op jonge leeftijd je omgeving observeert en analyseert, kan de mentale brug tussen waarneming en beleving oceanen van tijd uit elkaar liggen.

De eerste uren van de nacht hadden wij doorgebracht in een weiland. Eerder die avond hadden we verzameld op een plein waar we hadden afgesproken met een grotere groep mensen. Niemand verscheen. Dat was nog in de tijd van MSN Messenger, toen je online-status voor iedereen zichtbaar was en mobiele telefoons vooral onverwoestbare Nokia's waren die honderd keer op de grond konden vallen en nog steeds probleemloos werkten. Als iemand thuis was, zag je dat aan zijn status. De wereld was eenvoudiger en tegelijk overzichtelijker. Voor anderen waren wij online zichtbaar aan onze eigen status.

De mensen die hadden toegezegd, waren allemaal uitgenodigd omdat we een gemeenschappelijk doel hadden. Maar mooie woorden blijken lang niet altijd iets waard. Uiteindelijk kwam vrijwel niemand opdagen, behalve een kleine vaste kern: een bonte verzameling avonturiers en Pietje Bells, waar ik zelf ook deel van uitmaakte.

Om een voorbeeld te noemen: ik herinner me hoe ik eens over een open vlakte fietste terwijl een onweersbui zich dreigend boven mij samenpakte. Op zulke momenten hoorde ik in gedachten de stem van Dirty Harry: "Do you feel lucky, punk? Well, do ya?" En dacht ik: "Well... I do." Vervolgens fietste ik dwars de open vlakte op, wetende dat juist daar de kans het grootst was om door de bliksem getroffen te worden.

Roekeloosheid, een kinderlijke nieuwsgierigheid naar het idee van 'wat als' — wat het ook was, het was mij altijd een overweging waard. Net als een kat die je aankijkt terwijl hij weet dat hij dat kopje niet van de tafel mag tikken. Het speelse overwint en hij tikt het toch van de tafel. Gelukkig heeft een kat negen levens.

We gingen uiteindelijk op pad en voerden uit waarvoor we gekomen waren. De actie verliep met een precisie die achteraf bijna onwerkelijk lijkt. Alles viel precies op zijn plaats en het beoogde resultaat werd bereikt. Als ik er nu op terugkijk, verbaast het me nog steeds dat het zo goed is gegaan. Het was een samenloop van omstandigheden waarvan de kans op slagen misschien één op de duizend was.

Na afloop reden we snel naar een ander dorp om niet op de weg te blijven maar uit zicht te zijn. We parkeerden de auto aan de rand van een bos en liepen diep een weiland in. Daar kwamen we halverwege, tussen wat struiken, twee jongemannen tegen die in het gras lagen. Ze zaten bij een klein kampvuurtje, omringd door lege bierblikjes. We schoven erbij, keken naar de heldere sterrenhemel en voerden gesprekken die zo alledaags en betekenisloos waren dat niemand zich de volgende dag nog precies kon herinneren waar ze over gingen. Juist daardoor zijn ze me bijgebleven.

Share