Poepen onder het maanlicht

24-07-2026

Voor de wet zijn dieren goederen. Wanneer je een dier van de eigenaar wegneemt, wordt dat gezien als het wegnemen van bezit. Diefstal van een ding. Een zaak. Omdat een dier juridisch gezien onder de categorie goederen valt, is een brandmelder in een stal niet vanzelfsprekend verplicht zoals dat bij mensen wel het geval is. Het gevolg: ieder jaar opnieuw veranderen stallen in brandende doodskisten waarin duizenden dieren levend verbranden. Alsof het gaat om een defect apparaat dat vervangen moet worden, niet om levens die verloren gaan.

Voor de dierenvriend zijn dieren geen goederen, maar levende wezens met een eigen waarde en een eigen recht op bestaan. Wanneer dit bestaan wordt afgenomen en een dier gevangen zit in een wereld van dwang, angst en lijden, wordt het weghalen uit die situatie niet gezien als diefstal, maar als het teruggeven van iets wat nooit afgepakt had mogen worden: vrijheid.

Een dier kan denken, dromen, genieten, angst voelen en pijn ervaren. Het is alleen makkelijker om te doen alsof dat niet zo is. Want wanneer je een wezen reduceert tot een product, wordt het eenvoudiger om het te gebruiken, op te sluiten en alle rechten te ontnemen.

Ik stond in de gang te wachten tot Louis zijn spullen bij elkaar had gezocht. Mijn eerste verandering was het afschaffen van de touwen. Ze sneden in de handen en een kooi vol dieren aan beide kanten zo tillen was onnodig arbeidsintensief. Ik stelde voor om stokken te gebruiken, wat het werk een stuk eenvoudiger maakte.

Terwijl ik in de gang stond te wachten, viel mijn oog op een vlag. "Gebruik je die vlag?" vroeg ik. "Nee," antwoordde Louis. "Mooi. Haal hem eraf. Dan gebruiken we de vlaggenstok." De grote, stevige stok bleek veel praktischer dan de losse draagstokken. In plaats van de kooi met pijnlijke handen omhoog te houden, kon het gewicht op de schouders rusten. Twee mensen, één last. Meer gewicht, minder moeite, sneller vooruit.

En zo vond er in de nabije toekomst een kleine mars plaats onder het maanlicht. Een stoet mensenkinderen en een legioen kindertjes die nog nooit het daglicht hadden gezien. Kinderen die nooit een soortgenoot van het andere geslacht hadden ontmoet. Kinderen die nooit regen hadden gevoeld of gras onder hun pootjes. Hun geboorterecht, dat hen door de Vader die in de hemelen zijt geschonken was, maar ergens onderweg door mensenhanden was afgepakt.

Ik moest denken aan een restaurant waar ik ooit werkte. Daar liepen kippen rond voor de sfeer. Levende decorstukken, bedoeld om het restaurant een landelijke en gezellige uitstraling te geven. Overdag zaten de dieren echter opgesloten. Geen zonlicht, geen vrije beweging, geen rondlopen tussen de gasten. Pas wanneer het personeel laat in de middag kwam eten, mochten de kippen naar buiten.

Wanneer ik kwam werken, riep ik soms richting de keuken: "Zijn de kinderen al bevrijd?" Voor nieuwe medewerkers was dat een vreemde vraag. De kokkin legde dan uit dat ik daarmee bedoelde of de kippen al losgelaten waren. Uiteindelijk, toen ik daar vertrok, was het gebruik van kippen als decoratie afgeschaft. De kinderen hoefden niet langer op commando gezelligheid uit te stralen voor mensen die ondertussen hun vrijheid bepaalden.

De mensenkinderen liepen dapper met de stok rustende op hun schouders. De kooien werden gedragen onder het licht van de maan. Binnenin zaten dieren die voor het eerst zouden ontdekken hoe de wereld buiten hun gevangenis eruitzag. Maar de spanning hing ook bij de mensen om hen heen.

Tijdens de mars viel er plotseling een gedwongen stilte. Een van de mannen was abrupt de bosjes ingesprongen. Niet omdat hij een sanitaire stop had gepland, maar omdat de angst hem had overmand. Zijn lichaam reageerde sneller dan zijn verstand. Angst kent vreemde uitwegen.

Even later verscheen hij weer. Een klein hoopje DNA achterlatend langs de weg naar vrijheid.


Share